Waarom Cure for Cancer?

De stichting Cure for Cancer zet zich in om onderzoeken te financieren naar nier- blaas en prostaatkanker zodat daarmee kanker beter en eerder te zien is. De huidige testen zijn zodanig ontwikkeld dat we deze tumoren in een vroeger stadium kunnen ontdekken en behandelen. De testen bestaan uit onderzoek van bloed, urine of ontlasting maar er zijn ook testen in ontwikkeling die toegepast kunnen worden op de lucht die we uitademen.

Als je een tumor vroeg ontdekt en met een scan goed kunt afbeelden kun je de tumor ook meer ‘sparend’ behandelen, waardoor de levenskwaliteit goed blijft en de kans op complicaties minder is. Die beeldvormende technieken worden steeds nauwkeuriger zodat de te behandelen plek accuraat behandeld kan worden. Daarnaast is het natuurlijk ook belangrijk dat er voorlichting gegeven wordt ter voorkoming van het ontstaan van kanker. Bijvoorbeeld door niet te roken of een gezonder eetpatroon te ontwikkelen.

De stichting Cure for Cancer is tien jaar geleden, samen met Prof. Dr. Jean de la Rosette, begonnen met het steunen van onderzoeken op het gebied van prostaat-, blaas, en nierkanker in het AMC. De laatste jaren zijn we begonnen om onderzoekslijnen op te zetten samen met andere klinieken zoals het Leids Universitair Medisch Centrum en het Johns Hopkins Institute in Baltimore, USA. We maken gebruik van elkaars expertise om hierdoor sneller tot resultaten te komen. Dit jaar (2018) is het Amsterdam Universitair Medisch Centrum tot stand gekomen en dit opent ook weer wegen om meer gezamenlijke onderzoeken op te zetten. Met uw bijdrage zal de stichting Cure for Cancer ook deze onderzoeken steunen. Maar we zijn er nog lang niet. Natuurlijk, we zetten door de fantastische inzet van allen die ons initiatief ondersteunen veel stappen in de goede richting, maar verder onderzoek is nog steeds nodig.

De onderzoeken die de stichting Cure for Cancer financiert worden beoordeeld door een onafhankelijke medische commissie. Sponsoren van Cure for Cancer houden wij regelmatig op de hoogte van de voortgang van de onderzoeken. Zo weet u waaraan u heeft bijgedragen.

De stichting Cure for Cancer zet zich volledig in voor onderzoek waarbij wij streven naar een eindresultaat waarbij niemand meer zal overlijden aan kanker. We weten dat dit ideaal nog lange tijd zal duren, maar we gaan er wel voor, samen met u.


P12 Burg AmsterdamEberhard van der Laan, Burgemeester van Amsterdam

In 2017 overleed Eberhard van der Laan, Burgemeester van Amsterdam. Wij willen zijn steun aan onze stichting graag nog met u blijven delen.

De inkomsten gaan rechtstreeks naar het onderzoek

Toen één van de gemeenteraadsleden van Amsterdam, en tevens bestuurslid van de Stichting Cure for Cancer, mij vroeg om op deze plaats mijn steun uit te spreken voor de Stichting stond ik daar gelijk voor open.

In 2011 ben ik als eregast aanwezig geweest bij het Cure for Cancer Gala. Helaas is het me later, door andere verplichtingen, niet meer gelukt. maar ik draag deze club zeker een goed hart toe. Als de gelegenheid daar is zal ik er weer graag bij zijn.  Cure for Cancer doet goed werk met haar onderzoek naar prostaat- en nierkanker. Hetgeen mij vooral aanspreekt is dat de personen die aan het roer zitten in de stichting, ook aan het roer zitten bij het onderzoek. Kortere lijnen kunnen er niet zijn en alle inkomsten gaan daarom rechtstreeks naar het onderzoek.

Vooral het onderzoek naar prostaatkanker interesseert mij persoonlijk, want zoals u waarschijnlijk weet werd bij mij in 2013 ook prostaatkanker geconstateerd.

Helaas is het nog steeds de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Mannen praten blijkbaar niet zo graag openlijk over deze ziekte, terwijl dat juist van belang is. Als bestuurder van een grote stad heb je een voorbeeldfunctie en ik vond het daarom belangrijk om er geen geheim van te maken.

Met mij gaat het naar omstandigheden goed en ik heb me ook weer herbenoembaar kunnen stellen voor een tweede termijn van zes jaar als Burgemeester van Amsterdam.

Door dit mooie onderzoek vertrouw ik erop dat aan het einde van mijn tweede ambtstermijn een oplossing is gevonden.

Eberhard van der Laan, Burgemeester Amsterdam

↑ naar boven


Jack van GelderJack van Gelder, Ambassadeur van de Stichting Cure for Cancer

Jack van Gelder is sinds 2012 goodwill-ambassadeur van de Stichting Cure for Cancer. Als de gelegenheid het toelaat is hij tevens gastheer bij het jaarlijkse Cure for Cancer Gala.  Jack  wordt geroemd om zijn enthousiaste manier van commentaar geven tijdens voetbalwedstrijden.  Maar hij is ook te roemen om de manier waarop hij bijdraagt om het Gala iedere keer weer een enorm positieve injectie te geven. Jack kon er in 2016 helaas niet bij zijn, maar wij publiceren graag de korte boodschap die hij voor de gasten meegaf.

Beste Cure for Cancer vrienden,

“ Professor Jean de la Rosette en zijn onderzoeksteam zijn op een hele serieuze manier bezig om ervoor te zorgen dat er oplossingen komen voor de problemen die er nu nog zijn op het gebied van prostaat- en nierkanker. Zij doen enorm hun best en daarom draag ik graag mijn steentje bij aan de Stichting Cure for Cancer.

In de sportwereld geef je alles voor het duel van je leven. In het normale leven is gezond blijven het duel van je leven. Gezondheid is de basis van alles. Daarin moet worden geïnvesteerd. In tijd en in geld. Ik hoop dat u dat met me eens bent.

Op 28 mei 2016 is de finale van de UEFA Champions League. Ik kan dit jaar dus helaas niet aanwezig zijn bij het Cure for Cancer Gala. Ik vertrouw er wel op dat u, net als vorige jaren, weer een fantastisch resultaat met elkaar zult bereiken. Met het goede gehalte aan gasten en de goede sfeer die er altijd heerst, moet dat weer lukken. Hopelijk zien we elkaar volgend jaar weer*.

Jack

Note : Jack van Gelder zal in 2017 weer aanwezig zijn bij het Cure for Cancer Gala.

↑ naar boven


Note : Dit interview met de heer Nordholt dateert van enige tijd geleden (2008). Toch willen we het nog graag met u delen.

Drs. Eric Nordholt

’Ik beschouw het als een wonder dat ik nog leef.’

Drs. Eric Nordholt (70) is Oud-Hoofdcommissaris van Amsterdam en Groningen. In 2000 werd er bij hem nierkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar zijn longen. Speciaal voor Cure for Cancer vertelt hij – op integere wijze – zijn bijzondere verhaal.

Hoe ervaart u het om in het openbaar over uw ziekte te spreken?
’Ik doe het haast nooit. Omdat ik de ziekte nooit heb willen etaleren. Er zijn programma’s en tijdschriften geweest die me trachtten over te halen, omdat het goed was voor andere patiënten. Daar ik heb altijd veel moeite mee gehad. In dit verband ligt het anders. Dit is rechtstreeks verbonden aan een héél goed doel. Ik vind het ontzettend belangrijk dat we veel geld ophalen tijdens het Gala weekend.’

Want ze zijn het waard?
’Oh, absoluut. Dr. Theo de Reijke, de man die mij heeft geopereerd, en de andere AMC-mensen hebben mijn leven gered. Ik denk dat ze er zelf anders tegenaan kijken, maar zo voel ik het. En toen ik werd gevraagd om in het Comité van Aanbeveling te gaan zitten, heb ik niet geaarzeld. Omdat het toch een vorm is waarin je tenminste iets kunt terugdoen. En dat doe ik van harte.’

Uw uitstraling is die van een man van stavast, een autoriteit… Toen u hoorde dat u ernstig ziek was, had u niet het idee van ’Daar doe ik niet aan, dat past niet bij mij’?
’Nee, helemaal niet. Ik heb met veel mensen gesproken die kanker hebben gekregen. En ik heb gemerkt dat men er heel verschillend op reageert. Mensen die vinden dat het niet bij ze past, of mensen die heel boos worden omdat ze het hebben gekregen… Die beide gevoelens heb ik niet gehad. Wel, zeker in het begin, een intens verdriet. En ook een heel sterke angst. Maar boosheid, nee… De angst is natuurlijk minder geworden. Maar eigenlijk altijd wel gebleven, tot de dag van vandaag. Hoewel ik het nu niet meer als angst moet definiëren, maar als HOOP dat het niet terug komt.’

Hoe slecht was het nieuws?
’Op het moment dat ik uit het ziekenhuis kwam, was er geen enkele reden om te vermoeden dat ik lang zou leven. Omdat ik uitzaaiingen had. Dus het perspectief was eigenlijk heel slecht.’

Terugkijkend op die periode. Was er een moment dat u houvast bood?
’Twee momenten. Dat herinner ik me nog precies. Ik kreeg te horen dat er uitzaaiingen waren geconstateerd. Eerst was er darmonderzoek gedaan, daarna een thorax-onderzoek omdat ik wat hoestte. Toen zagen ze de uitzaaiingen in mijn longen. En na een echo ontdekten ze dat er ook een niertumor zat. Toen ben ik uiteindelijk bij Dr. De Reijke terechtgekomen. We hebben toen een gesprek gehad, met mijn vrouw en de kinderen erbij. En hij zei, Ja, het ziet er zeer ernstig uit. We gaan kijken of we kunnen opereren, want ik weet het niet zeker. Het kan zijn dat ik het niet aandurf. Omdat de kans bestaat dat u er als een wrak uitkomt. Tussen dat moment en het moment dat ik terug moest komen zat een 4-tal dagen waarin nog een paar onderzoeken moesten gebeuren. De Reijke kwam binnen en zei, Nou, meneer Nordholt, ik heb goed nieuws want ik ga u opereren. En het is zelfs zo sterk dat ik nog weet hoe hij keek op dat moment. Dat was het eerste moment. Waarschijnlijk het meest indringende moment in die hele periode. Want, in die 4 dagen denk je, Laat dan maar. Als het dan toch zó beroerd is, laat dan maar zitten. Maar op het moment dat iemand je die sprank hoop geeft, dan is ALLES wat je aan somberheid hebt ineens weg. Ik merkte toen ook een gewéldige opluchting bij mijn vrouw en de kinderen.’

Terwijl het dan eigenlijk pas begint.
’Je krijgt dan allerlei onderzoeken om te kijken of je sterk genoeg bent om die operatie aan te gaan. Toen hebben ze me op zo’n fiets gezet om mijn longcapaciteit te meten. Nou, ik heb écht – het klinkt wat vreemd in deze context – voor mijn leven gefietst. Ik heb nog nooit zo hard gefietst als op dat ding.’

Er was nog een heel bijzonder moment.
’Het 2e moment was ruim een paar maanden na de operatie. Toen we bij Dr. De Reijke op de kamer de longfoto’s zagen op de lichtbak. Ik kon het haast niet geloven – ik zei nog, Heb je daar de goede kerel wel opgehangen? Want die uitzaaiingen waren kleiner geworden. Hij heeft toen in aanwezigheid van mijn vrouw, de kinderen en mij de radioloog gebeld en gevraagd, Klopt dat? Het lijkt wel of de uitzaaiingen kleiner geworden zijn. En de radioloog zei, Dat klopt.’

Hoe verklaart men dat?
’Het heeft te maken met de operatie. Als een niertumor wordt weggehaald, dat dan de uitzaaiingen ook weg kunnen gaan. Dat schijnt voor te komen. Althans, er is literatuur over bekend. Dr. De Reijke kende het fenomeen wel uit de boeken, maar hij had dat nog niet eerder meegemaakt. Het werd wel als uniek ervaren. Een aantal maanden daarna – augustus nu 8 jaar geleden – was ik schoon, zat er niets meer. Geen chemo, geen bestraling, door de operatie is het weggegaan. Daarna ben ik wel voortdurend onder controle geweest. Met echo’s van de bovenbuik en longfoto’s.

Hoe ervaart u de noodzaak om steeds weer de controles te ondergaan?
’De angst ervoor is vreselijk. De controles zelf zijn geen probleem, het is de spanning terwijl je zit af te wachten of dat er wat is. Bij de echo’s hoor je meteen of het goed is. En dan ga je naar de thorax toe en dat is spannend. Dan zit je op de uitslag te wachten. En ik vraag steeds of ze het meteen willen zeggen. Maar dat mogen die mensen niet. Maar ik vraag dóór en dan komt er toch meestal iemand het zeggen.’

Een bekende Nederlandse filosoof heeft ooit gezegd dat ieder nadeel zijn voordeel heeft. Heeft u dat ook gemerkt?
’Dat weet ik niet. In alles wat je ervaart, schuilen veel clichés. Mensen die zeggen, Mijn leven is volstrekt veranderd… dat kan. Maar ik weet niet wat er gebeurt zou zijn als ik niet ziek was geworden. Het ouder worden verandert je ook. Het krijgen van kleinkinderen verandert je ook.’

Maar u bent wel veranderd?
’Ik denk dat het krijgen van kleinkinderen mij sterker heeft veranderd dan het krijgen van mijn ziekte. De combinatie van die twee heeft er wel voor gezorgd dat ik bewuster nadenk over de tijd die ik mogelijk nog heb te leven. Ik ben meer tot de tijd bepaald. Maar ik weet natuurlijk niet of dat anders zou zijn geweest als ik NIET ziek was geweest. Ik ben net 70 geworden. Een onderdeel van het ouder worden is dat je over de resttijd gaat nadenken. Je kunt je hoogstens afvragen waarom ik dat niet eerder heb gedaan. Ik kan het u namelijk van harte aanbevelen.’

Was u vroeger een ’prater’ op het persoonlijke vlak?
’Ik ben zowat pratend geboren. [Glimlacht.] Ik heb ontzettend veel met mijn vrouw en kinderen gepraat. Daar komt het eigenlijk op neer. Omdat je ook niet weet of je überhaupt nog uit zo’n operatie komt. Maar er is een verschil tussen praten en dingen tegen elkaar zeggen. Op het moment dat je weet dat er een kans is dat je dood gaat, dan zijn de gesprekken anders. Die hebben een andere intensiteit. Alles wat gezegd moest worden, heb ik toen gezegd. Wat ik ook heel bijzonder vind – mijn herstel is er in belangrijke mate door gestimuleerd – dat zijn alle brieven die ik heb gekregen. Honderden brieven… Van wildvreemde mensen. Maar ook van mensen uit het Amsterdamse en Groningse korps. Kijk, dat waren in feite afscheidsbrieven. Omdat de situatie zo ernstig was. Heel weinig mensen die mij een brief schreven, hebben gedacht, Die ouwe komt er nooit nog uit. Velen schreven over wat de betekenis was van onze relatie. En dat heeft mij wel ont-zet-tend veel geestelijke kracht en rust gegeven. [Pauzeert.] Elke dag zo’n pak van die brieven. Die ik daar dan lag te lezen met dat kapotte lijf van me. Dat heeft wel een grote impact gehad. Misschien zelfs wel op mijn genezing… Maar dat weet je natuurlijk niet zeker. Het heeft me in ieder geval een zekere rust gegeven.’

Is er iets wat u graag zou willen vermelden?
’De ongelofelijke zorg die aan mij is besteed. Niet alleen door de artsen, maar ook door de verplegende mensen van het AMC. Het zal u raar in de oren klinken, maar ik heb daar een mooie tijd gehad… Als ik er op terug kijk… het was… ja, het was natuurlijk afschuwelijk. Want het ging in het begin helemaal niet goed. Ik kreeg trombose, kreeg een paar poten, echt ongelofelijk. Ik liep met zo’n slang in mijn mond en met zo’n installatie door die gang te schuifelen. Maar ik heb daar een pret gehad… Ik had een geweldige, wat oudere verpleegster, zuster Van der Gaast. Ze heeft me onlangs weer gebeld. Een geweldig mens! Zo’n echte Amsterdamse, met zo’n doorrookte stem, die de hele dag ook grappen wilde maken. Behalve als je het ellendig had, dan voelde ze dat ook aan. En ik had een mevrouw als verpleegster die alleen maar ’s nachts werkte. Die gleed als een soort engel door de nacht. Als je het slecht had, en je wilde morfine hebben, dan was die vrouw er. Alsof ze het aanvoelde.’

U bent een man van de wereld. Voelde u zich nog wel deel van de wereld?
’Ik lag alleen op een kamer. Heerlijk. Dag en nacht stond de tv aan. Ik dacht, als dat ding uitgaat, ga ik dood. Het was slécht weer. Oktober, november. Elke dag heeft het geregend. Ik kon vanuit mijn kamer de Nederlandse Bank zien. Ik wist dat daar achter mijn huis lag. Daar lag ik zo naar te kijken, in het donker. Ik heb die periode niet als akelig ervaren. De tijd vlóóg voorbij. Het is haast niet uit te leggen. Dat is een van de redenen waarom ik nooit interviews heb willen geven. Wat er met mij gebeurd is, ervaar ik als een wonder. Op het moment dat je daar over gaat praten, lijkt het net alsof je het als een verdienste ziet. En daar heb ik zo’n verschrikkelijke hekel aan. Het is mij overkomen, ik zou hopen dat het wonder iedereen overkomt, ik zou ook iedereen graag die hoop willen geven. Maar ik weet niet of ik iemand hoop geef als ik dit zeg.’


Dhr. Dick Cohen

Dick Cohen was een grote steunpilaar en toegewijd bestuurslid van de Stichting Cure for Cancer. Hij was sinds de oprichting betrokken bij de Stichting en is een belangrijke spil geweest in het succes van het Cure for Cancer Gala. 
Helaas is hij op 9 oktober 2015 op 67-jarige leeftijd overleden.

De Stichting wil hem graag in ere houden en daarom delen wij graag een deel uit een interview dat in 2008 met hem plaatsvond over Cure for Cancer.

Hoe ben je bij Cure for Cancer terecht gekomen?
‘Ik had een soort klik met de professor (Prof. Dr. Jean de la Rosette – red.). Als je er 5 weken ligt, dan leer je elkaar wat beter kennen. Hij kwam vaak mee met zijn vrouw, dr. Pilar Laguna. Zij heeft mij geopereerd. Het zijn allebei ongelofelijk gedreven, harde werkers. Dus als zij naar dan de mensen ging die net geopereerd waren, dan ging hij mee. Hij is gek op mooie dingen. Ik ben ook gek op mooie dingen. Ik liet hem tijdschriften zien waarin allerlei mooie dingen stonden. En we gingen gewoon even een beetje babbelen. Hij werd een soort maatje. Op een gegeven moment – ik was weer op controle – zei hij, Ik ben bezig voor Cure for Cancer. Wij zijn allemaal medische bobo’s. Maar we hebben commerciële mensen nodig. Zou jij bij ons om de tafel willen komen? Dus zo ben ik er bij gekomen. Bijna een jaar geleden was dat. En ik vind het ontzettend leuk.!’

Wat is het voordeel van Cure for Cancer in jouw beleving?
‘In mijn geval werkte de PSA test totaal niet. Terwijl het nu nog één van de belangrijkste tests is. Cure for Cancer gaat onderzoeken doen om betere, meer accurate onderzoektechnieken te ontwikkelen. Waardoor het mogelijk moet worden om alle mannen – voor het te laat is – te screenen. Want daar ben ik een groot voorstander van. Laat je nu in ieder geval gewoon 1 keer in de 2 jaar scannen. En doe daarbij ook die PSA. Ik bedoel, wat maakt het uit?

Wat zou jij als boodschap willen mee geven aan de mensen die tijdens het Gala in de zaal zitten?
‘We moeten onderzoek doen. Dat moet worden betaald. De overheid heeft het niet. Die heeft geen extra geld. Het zou fantastisch zijn als het bedrijfsleven een gedeelte zou willen bekostigen. Want dat kan! Dat kan als je een avond voor je personeel organiseert. Waarop iemand van Cure for Cancer komt vertellen over de onderzoeken die we willen doen. Dan heb je daar bijvoorbeeld honderd mannen en vrouwen zitten. Die hebben allemaal zitten te luisteren. Dan zou je kunnen voorstellen: OK, we gaan een jaar lang maandelijks 10 euro van je salaris inhouden. Voor dit onderzoek. Willen jullie daar aan mee doen? Al is het 5 euro… En na een jaar kijk je of je er mee verder wil gaan. Het zou een gigantische steun zijn.’