Waarom Cure for Cancer?

Als je iets goed wilt behandelen,
moet je het goed kunnen zien.

JdlR Waarom CfCProf. Dr. Jean de la Rosette
Hoofd van de afdeling Urologie van het AMC en hoogleraar Urologie aan de Faculteit der Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Iedere kliniek heeft zijn gezichtsbepalende speerpunten. Onze zijn een betere diagnostiek en de minimaal invasieve behandelingen voor zowel nierkanker, blaaskanker als prostaatkanker. Want dat kan en moet beter!

Als je een tumor constateert in de hersenen, dan zeg je niet, haal alles er maar uit! Dan haal je alleen de kanker weg. Omdat je begrijpt dat het niet anders kan. Waarom zijn we dan zo ’royaal’ bij nierkanker? We zeggen, haal ’m er maar uit! Waarom? Omdat je er twee van hebt. Dus je kunt er één missen. En dat is wel een beetje een misvatting. Je kunt namelijk problemen krijgen omdat je nog maar één nier hebt. Bij de prostaat is het niet anders. Patiënten vragen me regelmatig, Je hebt er een klein stukje kanker in, dus waarom moet de hele prostaat er uit?

Omdat we niet beter KUNNEN, zou ik bijna zeggen. Want beter KUNNEN zou betekenen dat je misschien maar een stukje van de prostaat hoeft weg te halen.

Er zijn nieuwe behandelingstechnieken gekomen: zoals het bevriezen of koken van de tumoren. En die beide technieken kunnen zowel bij nieren als de prostaat worden toegepast. Ook wordt dezelfde beeldvorming op nier en prostaat toegepast. Want als je iets goed wilt behandelen, moet je het goed kunnen zien. We zijn gaan kijken hoe we (niet)invasief zo minimaal mogelijk kunnen gaan behandelen. Dus niet meteen weghalen, maar gewoon lokaal orgaansparend behandelen. En hoe kan ik het genezingsproces dan later goed controleren?

We hadden al heel lang goede contacten met onze collega’s van Duke University in de VS. Een goed netwerk! Uiteindelijk resulteerde dat in een bijeenkomst over diagnostiek en beeldvorming, die we jaarlijks wisselend in Amerika en Europa organiseren. De bijeenkomst die we in de dagen vóór dit Gala hadden, ging juist daar over.

Ik dacht, Wat moeten we met een Gala?
In de periode dat we bezig waren met de voorbereiding van de bijeenkomst, zat ik heel toevallig met een patiënt aan tafel. En hij zei, Zou het niet slim zijn er wat fondsenwerving bij te doen? Dat kan op verschillende manieren. Waarom koppel je niet een Gala aan de bijeenkomst. En ik dacht, Wat moeten we nou met een Gala? Ik zag mezelf al in een zwart pinguinpak lopen ’bedelen’. Maar hij zei, Nee, zo moet je er niet naar kijken. Want:

1. Prostaatkanker is iets wat veel mensen niet onberoerd laat.
2. Nierkanker is een gemene kanker maar gek genoeg minder bekend.

Dus waarom zou je dat niet wat meer onder de aandacht brengen? Zodat je middelen kunt werven. En nodig de pers uit om de aandacht van een groter publiek te krijgen. Want het draagt er zeker aan bij om nier- en prostaatkanker beter op de kaart te zetten!

Zo is het idee voor dit gala ontstaan.

Minder ingrijpende behandelingen en een betere controle

Onderzoek naar een betere diagnose en een betere behandeling is absoluut noodzakelijk. Maar hiervoor is steun nodig. Deze steun zal onder andere gebruikt worden voor innovatief onderzoek met echografie om vroegtijdig en effectiever prostaatkanker op te sporen. Tevens hebben behandelingen soms vervelende bijwerkingen. Met ons onderzoek zullen minder ingrijpende behandelingen mogelijk zijn met betere controles.

Uw steun zal ook gebruikt worden voor verbetering van de diagnose en behandeling bij nierkanker. Ruim 1500 mannen en vrouwen worden hiermee jaarlijks geconfronteerd. Het AMC past als één van de eerste ziekenhuizen in Europa bevriezing bij nierkanker toe, waardoor de behandeling minder ingrijpend is. Wij zullen met uw hulp dit programma verder kunnen uitbouwen.

Wij organiseren dit Gala met hulp van derden. Maar we hoeven niet meer te kijken waaraan we het geld gaan ’uitdelen’. Wij weten waar het geld is, waar het aan wordt besteed en er blijft niets aan de ’strijkstok’ hangen. Het is gerelateerd aan een specifieke activiteit. Wij zetten in op nier- en prostaatkanker, en dat blijft zo.

Uw steun en hulp is onontbeerlijk om tot meer ’Cure for Cancer’ te komen.


Pilar WaaromProf. Dr. Pilar Laguna Pes
Dr. Pilar Laguna is staflid van de afdeling Urologie en is verantwoordelijke voor het Niercentrum binnen het AMC.

’We willen nierkankerpatiënten meer kwaliteit van leven geven dan in het verleden.’

’Maar liefst 70% van alle niertumoren wordt bij toeval gevonden’

Dr. Pilar Laguna is gespecialiseerd in de niersparende chirurgie, nierkanker, laparoscopische chirurgie en cryochirurgie. Verder leidt zij de vaardigheidstraining gerelateerd aan de laparoscopische chirurgie. Maar als je Pilar Laguna naar haar voorkeur vraagt, dan hoeft ze zich geen seconde te bedenken. ’Nierkanker. Altijd geweest. Ik heb mijn opleiding in mijn geboorteland – Spanje – gevolgd. In 1982 ben ik afgestudeerd als uroloog aan de Universiteit van Barcelona. Waarna ik als staflid werkzaam ben geweest in het gerenommeerde Puigvert ziekenhuis in Barcelona en uiteindelijk als hoofd van een urologische kliniek nabij Madrid. Waarom nierkanker? Omdat ik al 20 jaar geleden dingen zag die niet strookten met de informatie die wij hadden. Het is echt een complexe ’familie’ van kankers met verschillende types. En elk type nierkanker heeft een andere prognostiek, met implicaties voor de behandeling en voor (de kwaliteit van) het leven van de patiënt. De laatste jaren hebben wij tenminste 3 belangrijke typen van nierkanker ontdekt. Maar er komen er nog meer.’

’Een van de belangrijkste doorbraken was dat we ontdekten dat de pathologische kenmerken van de tumoren anders waren. Dat was een belangrijke ontdekking. Er zijn 2 belangrijke fenomenen die bijdragen dat nierkanker onze speciale aandacht verdient.

1. De laatste 15 jaar zijn we steeds beter geworden in het gebruik van beeldvorming met gebruikmaking van echografie en CT-scans. Waardoor wij steeds vaker en vroeger kleine tumoren ontdekten. Er is beslist geen sprake van overdiagnostiek, want de tumoren zijn daadwerkelijk aanwezig. Het is duidelijk dat in de laatste 15 jaar het aantal geconstateerde kleine tumoren gigantisch is toegenomen. Waarbij tot maar liefst 70% van alle tumoren bij toeval zijn gevonden. Sommige zijn klein, waarschijnlijk niet gevaarlijk voor het leven van de patiënt. Maar andere zijn tumoren van 7, 8, 10, 12 centimeter. En die zijn zeker gevaarlijk. Want er is een verband tussen de grootte en de agressiviteit van nierkanker.

2. We hebben ontdekt dat hetzelfde type tumoren – met precies dezelfde karakteristieken – voor de ene patiënt de dood betekent en voor de andere patiënt het verloop gunstig is. Er MOET iets zijn in de ’structuur’ van de tumor dat zoiets kan veroorzaken. Wat wij willen weten is waarom dezelfde soort tumor zo agressief is bij de één en niet bij de ander.’

’Zeker is dat nierkanker de meest ondoorgrondelijke ’killer’ van de urologische tumoren is. Door ervaring weten wij nu dat niertumoren nog uitzaaiingen kunnen geven gedurende 7, 12 en zelfs 20 jaar na de behandeling! Dat was tot voor kort onbekend.

Maar doordat we – ook bij jongere patiënten! – meer kleine tumoren kunnen ontdekken, vergroten we de kans van genezen wel. En daarna willen we de patiënten over een lange periode kunnen controleren. Zodat als de tumor terugkomt, hij niet de kans krijgt om zich te ontwikkelen. Voeg dat bij een betere operatietechniek waarmee we meer en meer nieren kunnen sparen, en dan zal blijken dat we nierkankerpatiënten meer kwaliteit van leven geven dan in het verleden.’

’Wij doen meer conservatieve chirurgie. Bij tumoren die groter dan 4 cm zijn is het nog steeds een standaardbehandeling om de gehele nier te verwijderen. Bij niertumoren kleiner dan 4 cm zitten we nu op 80% niersparende chirurgie. Het grote voordeel is dat dergelijke ingrepen ook laparoscopisch (via een ’kijkoperatie’) kunnen. Waarbij we ook met bevriezing of verhitting van de tumor genezend kunnen ingrijpen. En dat is zeker voor oudere mensen, die niet meer kerngezond zijn, een goede behandeling.’

’Er is nooit een algemene screening voor nierkanker geweest. Nergens! Er was ook geen reden, omdat we nog niet wisten dat kleine tumoren zo veel voorkwamen. Een relatief gemakkelijke manier van screenen is met echografie. Ik weet het, het kán leiden tot overbehandeling…… Maar als arts stem ik voor vroegtijdige opsporing. Dan sta ik aan de kant van de patiënt. Er is echter nog veel onderzoek nodig naar nierkanker. Ik zal hier graag vanuit het AMC in samenwerking met andere ziekenhuizen mijn bijdrage aan leveren.’

’Mijn vak is niet alleen opereren. Net zo graag luister ik naar de patiënt. Want als wij niet luisteren, dan missen we belangrijke informatie. Ik weet nu dat zonder het voortraject, zonder het preliminaire gesprek met patiënten, en het heel voorzichtig analyseren van alle data, behandeling niet compleet is.

Het medische vak is nog steeds een kunst. Er zijn dan ook grote overeenkomsten tussen het medische vak en dat van een kunstenaar. Zo dient een schilder dan ook over het gehele palet van kleuren te beschikken om een fraai kunstwerk te kunnen vervaardigen. Analoog hieraan kan een arts de geneeskunst pas goed bedrijven als hij/zij over voldoende informatie beschikt. Dat geldt dus ook voor mijn werk. Daarom is verder onderzoek zo belangrijk.’

Prof. Dr. Pilar Laguna


P12 Burg AmsterdamEberhard van der Laan, Burgemeester van Amsterdam

 De inkomsten gaan rechtstreeks naar het onderzoek

Toen één van de gemeenteraadsleden van Amsterdam, en tevens bestuurslid van de Stichting Cure for Cancer, mij vroeg om op deze plaats mijn steun uit te spreken voor de Stichting stond ik daar gelijk voor open.

In 2011 ben ik als eregast aanwezig geweest bij het Cure for Cancer Gala. Helaas is het me later, door andere verplichtingen, niet meer gelukt. maar ik draag deze club zeker een goed hart toe. Als de gelegenheid daar is zal ik er weer graag bij zijn.  Cure for Cancer doet goed werk met haar onderzoek naar prostaat- en nierkanker. Hetgeen mij vooral aanspreekt is dat de personen die aan het roer zitten in de stichting, ook aan het roer zitten bij het onderzoek. Kortere lijnen kunnen er niet zijn en alle inkomsten gaan daarom rechtstreeks naar het onderzoek.

Vooral het onderzoek naar prostaatkanker interesseert mij persoonlijk, want zoals u waarschijnlijk weet werd bij mij in 2013 ook prostaatkanker geconstateerd.

Helaas is het nog steeds de meest voorkomende vorm van kanker bij mannen. Mannen praten blijkbaar niet zo graag openlijk over deze ziekte, terwijl dat juist van belang is. Als bestuurder van een grote stad heb je een voorbeeldfunctie en ik vond het daarom belangrijk om er geen geheim van te maken.

Met mij gaat het naar omstandigheden goed en ik heb me ook weer herbenoembaar kunnen stellen voor een tweede termijn van zes jaar als Burgemeester van Amsterdam.

Door dit mooie onderzoek vertrouw ik erop dat aan het einde van mijn tweede ambtstermijn een oplossing is gevonden.

Eberhard van der Laan, Burgemeester Amsterdam

↑ naar boven


Jack van GelderJack van Gelder, Ambassadeur van de Stichting Cure for Cancer

Jack van Gelder is sinds 2012 goodwill-ambassadeur van de Stichting Cure for Cancer. Als de gelegenheid het toelaat is hij tevens gastheer bij het jaarlijkse Cure for Cancer Gala.  Jack  wordt geroemd om zijn enthousiaste manier van commentaar geven tijdens voetbalwedstrijden.  Maar hij is ook te roemen om de manier waarop hij bijdraagt om het Gala iedere keer weer een enorm positieve injectie te geven. Jack kon er in 2016 helaas niet bij zijn, maar wij publiceren graag de korte boodschap die hij voor de gasten meegaf.

Beste Cure for Cancer vrienden,

“ Professor Jean de la Rosette en zijn onderzoeksteam zijn op een hele serieuze manier bezig om ervoor te zorgen dat er oplossingen komen voor de problemen die er nu nog zijn op het gebied van prostaat- en nierkanker. Zij doen enorm hun best en daarom draag ik graag mijn steentje bij aan de Stichting Cure for Cancer.

In de sportwereld geef je alles voor het duel van je leven. In het normale leven is gezond blijven het duel van je leven. Gezondheid is de basis van alles. Daarin moet worden geïnvesteerd. In tijd en in geld. Ik hoop dat u dat met me eens bent.

Op 28 mei 2016 is de finale van de UEFA Champions League. Ik kan dit jaar dus helaas niet aanwezig zijn bij het Cure for Cancer Gala. Ik vertrouw er wel op dat u, net als vorige jaren, weer een fantastisch resultaat met elkaar zult bereiken. Met het goede gehalte aan gasten en de goede sfeer die er altijd heerst, moet dat weer lukken. Hopelijk zien we elkaar volgend jaar weer*.

Jack

Note : Jack van Gelder zal in 2017 weer aanwezig zijn bij het Cure for Cancer Gala.

↑ naar boven


Note : Dit interview met de heer Nordholt dateert van enige tijd geleden (2008). Toch willen we het nog graag met u delen.

Drs. Eric Nordholt

’Ik beschouw het als een wonder dat ik nog leef.’

Drs. Eric Nordholt (70) is Oud-Hoofdcommissaris van Amsterdam en Groningen. In 2000 werd er bij hem nierkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar zijn longen. Speciaal voor Cure for Cancer vertelt hij – op integere wijze – zijn bijzondere verhaal.

Hoe ervaart u het om in het openbaar over uw ziekte te spreken?
’Ik doe het haast nooit. Omdat ik de ziekte nooit heb willen etaleren. Er zijn programma’s en tijdschriften geweest die me trachtten over te halen, omdat het goed was voor andere patiënten. Daar ik heb altijd veel moeite mee gehad. In dit verband ligt het anders. Dit is rechtstreeks verbonden aan een héél goed doel. Ik vind het ontzettend belangrijk dat we veel geld ophalen tijdens het Gala weekend.’

Want ze zijn het waard?
’Oh, absoluut. Dr. Theo de Reijke, de man die mij heeft geopereerd, en de andere AMC-mensen hebben mijn leven gered. Ik denk dat ze er zelf anders tegenaan kijken, maar zo voel ik het. En toen ik werd gevraagd om in het Comité van Aanbeveling te gaan zitten, heb ik niet geaarzeld. Omdat het toch een vorm is waarin je tenminste iets kunt terugdoen. En dat doe ik van harte.’

Uw uitstraling is die van een man van stavast, een autoriteit… Toen u hoorde dat u ernstig ziek was, had u niet het idee van ’Daar doe ik niet aan, dat past niet bij mij’?
’Nee, helemaal niet. Ik heb met veel mensen gesproken die kanker hebben gekregen. En ik heb gemerkt dat men er heel verschillend op reageert. Mensen die vinden dat het niet bij ze past, of mensen die heel boos worden omdat ze het hebben gekregen… Die beide gevoelens heb ik niet gehad. Wel, zeker in het begin, een intens verdriet. En ook een heel sterke angst. Maar boosheid, nee… De angst is natuurlijk minder geworden. Maar eigenlijk altijd wel gebleven, tot de dag van vandaag. Hoewel ik het nu niet meer als angst moet definiëren, maar als HOOP dat het niet terug komt.’

Hoe slecht was het nieuws?
’Op het moment dat ik uit het ziekenhuis kwam, was er geen enkele reden om te vermoeden dat ik lang zou leven. Omdat ik uitzaaiingen had. Dus het perspectief was eigenlijk heel slecht.’

Terugkijkend op die periode. Was er een moment dat u houvast bood?
’Twee momenten. Dat herinner ik me nog precies. Ik kreeg te horen dat er uitzaaiingen waren geconstateerd. Eerst was er darmonderzoek gedaan, daarna een thorax-onderzoek omdat ik wat hoestte. Toen zagen ze de uitzaaiingen in mijn longen. En na een echo ontdekten ze dat er ook een niertumor zat. Toen ben ik uiteindelijk bij Dr. De Reijke terechtgekomen. We hebben toen een gesprek gehad, met mijn vrouw en de kinderen erbij. En hij zei, Ja, het ziet er zeer ernstig uit. We gaan kijken of we kunnen opereren, want ik weet het niet zeker. Het kan zijn dat ik het niet aandurf. Omdat de kans bestaat dat u er als een wrak uitkomt. Tussen dat moment en het moment dat ik terug moest komen zat een 4-tal dagen waarin nog een paar onderzoeken moesten gebeuren. De Reijke kwam binnen en zei, Nou, meneer Nordholt, ik heb goed nieuws want ik ga u opereren. En het is zelfs zo sterk dat ik nog weet hoe hij keek op dat moment. Dat was het eerste moment. Waarschijnlijk het meest indringende moment in die hele periode. Want, in die 4 dagen denk je, Laat dan maar. Als het dan toch zó beroerd is, laat dan maar zitten. Maar op het moment dat iemand je die sprank hoop geeft, dan is ALLES wat je aan somberheid hebt ineens weg. Ik merkte toen ook een gewéldige opluchting bij mijn vrouw en de kinderen.’

Terwijl het dan eigenlijk pas begint.
’Je krijgt dan allerlei onderzoeken om te kijken of je sterk genoeg bent om die operatie aan te gaan. Toen hebben ze me op zo’n fiets gezet om mijn longcapaciteit te meten. Nou, ik heb écht – het klinkt wat vreemd in deze context – voor mijn leven gefietst. Ik heb nog nooit zo hard gefietst als op dat ding.’

Er was nog een heel bijzonder moment.
’Het 2e moment was ruim een paar maanden na de operatie. Toen we bij Dr. De Reijke op de kamer de longfoto’s zagen op de lichtbak. Ik kon het haast niet geloven – ik zei nog, Heb je daar de goede kerel wel opgehangen? Want die uitzaaiingen waren kleiner geworden. Hij heeft toen in aanwezigheid van mijn vrouw, de kinderen en mij de radioloog gebeld en gevraagd, Klopt dat? Het lijkt wel of de uitzaaiingen kleiner geworden zijn. En de radioloog zei, Dat klopt.’

Hoe verklaart men dat?
’Het heeft te maken met de operatie. Als een niertumor wordt weggehaald, dat dan de uitzaaiingen ook weg kunnen gaan. Dat schijnt voor te komen. Althans, er is literatuur over bekend. Dr. De Reijke kende het fenomeen wel uit de boeken, maar hij had dat nog niet eerder meegemaakt. Het werd wel als uniek ervaren. Een aantal maanden daarna – augustus nu 8 jaar geleden – was ik schoon, zat er niets meer. Geen chemo, geen bestraling, door de operatie is het weggegaan. Daarna ben ik wel voortdurend onder controle geweest. Met echo’s van de bovenbuik en longfoto’s.

Hoe ervaart u de noodzaak om steeds weer de controles te ondergaan?
’De angst ervoor is vreselijk. De controles zelf zijn geen probleem, het is de spanning terwijl je zit af te wachten of dat er wat is. Bij de echo’s hoor je meteen of het goed is. En dan ga je naar de thorax toe en dat is spannend. Dan zit je op de uitslag te wachten. En ik vraag steeds of ze het meteen willen zeggen. Maar dat mogen die mensen niet. Maar ik vraag dóór en dan komt er toch meestal iemand het zeggen.’

Een bekende Nederlandse filosoof heeft ooit gezegd dat ieder nadeel zijn voordeel heeft. Heeft u dat ook gemerkt?
’Dat weet ik niet. In alles wat je ervaart, schuilen veel clichés. Mensen die zeggen, Mijn leven is volstrekt veranderd… dat kan. Maar ik weet niet wat er gebeurt zou zijn als ik niet ziek was geworden. Het ouder worden verandert je ook. Het krijgen van kleinkinderen verandert je ook.’

Maar u bent wel veranderd?
’Ik denk dat het krijgen van kleinkinderen mij sterker heeft veranderd dan het krijgen van mijn ziekte. De combinatie van die twee heeft er wel voor gezorgd dat ik bewuster nadenk over de tijd die ik mogelijk nog heb te leven. Ik ben meer tot de tijd bepaald. Maar ik weet natuurlijk niet of dat anders zou zijn geweest als ik NIET ziek was geweest. Ik ben net 70 geworden. Een onderdeel van het ouder worden is dat je over de resttijd gaat nadenken. Je kunt je hoogstens afvragen waarom ik dat niet eerder heb gedaan. Ik kan het u namelijk van harte aanbevelen.’

Was u vroeger een ’prater’ op het persoonlijke vlak?
’Ik ben zowat pratend geboren. [Glimlacht.] Ik heb ontzettend veel met mijn vrouw en kinderen gepraat. Daar komt het eigenlijk op neer. Omdat je ook niet weet of je überhaupt nog uit zo’n operatie komt. Maar er is een verschil tussen praten en dingen tegen elkaar zeggen. Op het moment dat je weet dat er een kans is dat je dood gaat, dan zijn de gesprekken anders. Die hebben een andere intensiteit. Alles wat gezegd moest worden, heb ik toen gezegd. Wat ik ook heel bijzonder vind – mijn herstel is er in belangrijke mate door gestimuleerd – dat zijn alle brieven die ik heb gekregen. Honderden brieven… Van wildvreemde mensen. Maar ook van mensen uit het Amsterdamse en Groningse korps. Kijk, dat waren in feite afscheidsbrieven. Omdat de situatie zo ernstig was. Heel weinig mensen die mij een brief schreven, hebben gedacht, Die ouwe komt er nooit nog uit. Velen schreven over wat de betekenis was van onze relatie. En dat heeft mij wel ont-zet-tend veel geestelijke kracht en rust gegeven. [Pauzeert.] Elke dag zo’n pak van die brieven. Die ik daar dan lag te lezen met dat kapotte lijf van me. Dat heeft wel een grote impact gehad. Misschien zelfs wel op mijn genezing… Maar dat weet je natuurlijk niet zeker. Het heeft me in ieder geval een zekere rust gegeven.’

Is er iets wat u graag zou willen vermelden?
’De ongelofelijke zorg die aan mij is besteed. Niet alleen door de artsen, maar ook door de verplegende mensen van het AMC. Het zal u raar in de oren klinken, maar ik heb daar een mooie tijd gehad… Als ik er op terug kijk… het was… ja, het was natuurlijk afschuwelijk. Want het ging in het begin helemaal niet goed. Ik kreeg trombose, kreeg een paar poten, echt ongelofelijk. Ik liep met zo’n slang in mijn mond en met zo’n installatie door die gang te schuifelen. Maar ik heb daar een pret gehad… Ik had een geweldige, wat oudere verpleegster, zuster Van der Gaast. Ze heeft me onlangs weer gebeld. Een geweldig mens! Zo’n echte Amsterdamse, met zo’n doorrookte stem, die de hele dag ook grappen wilde maken. Behalve als je het ellendig had, dan voelde ze dat ook aan. En ik had een mevrouw als verpleegster die alleen maar ’s nachts werkte. Die gleed als een soort engel door de nacht. Als je het slecht had, en je wilde morfine hebben, dan was die vrouw er. Alsof ze het aanvoelde.’

U bent een man van de wereld. Voelde u zich nog wel deel van de wereld?
’Ik lag alleen op een kamer. Heerlijk. Dag en nacht stond de tv aan. Ik dacht, als dat ding uitgaat, ga ik dood. Het was slécht weer. Oktober, november. Elke dag heeft het geregend. Ik kon vanuit mijn kamer de Nederlandse Bank zien. Ik wist dat daar achter mijn huis lag. Daar lag ik zo naar te kijken, in het donker. Ik heb die periode niet als akelig ervaren. De tijd vlóóg voorbij. Het is haast niet uit te leggen. Dat is een van de redenen waarom ik nooit interviews heb willen geven. Wat er met mij gebeurd is, ervaar ik als een wonder. Op het moment dat je daar over gaat praten, lijkt het net alsof je het als een verdienste ziet. En daar heb ik zo’n verschrikkelijke hekel aan. Het is mij overkomen, ik zou hopen dat het wonder iedereen overkomt, ik zou ook iedereen graag die hoop willen geven. Maar ik weet niet of ik iemand hoop geef als ik dit zeg.’


Dhr. Dick Cohen

Dick Cohen was een grote steunpilaar en toegewijd bestuurslid van de Stichting Cure for Cancer. Hij was sinds de oprichting betrokken bij de Stichting en is een belangrijke spil geweest in het succes van het Cure for Cancer Gala. 
Helaas is hij op 9 oktober 2015 op 67-jarige leeftijd overleden.

De Stichting wil hem graag in ere houden en daarom delen wij graag een deel uit een interview dat in 2008 met hem plaatsvond over Cure for Cancer.

Hoe ben je bij Cure for Cancer terecht gekomen?
‘Ik had een soort klik met de professor (Prof. Dr. Jean de la Rosette – red.). Als je er 5 weken ligt, dan leer je elkaar wat beter kennen. Hij kwam vaak mee met zijn vrouw, dr. Pilar Laguna. Zij heeft mij geopereerd. Het zijn allebei ongelofelijk gedreven, harde werkers. Dus als zij naar dan de mensen ging die net geopereerd waren, dan ging hij mee. Hij is gek op mooie dingen. Ik ben ook gek op mooie dingen. Ik liet hem tijdschriften zien waarin allerlei mooie dingen stonden. En we gingen gewoon even een beetje babbelen. Hij werd een soort maatje. Op een gegeven moment – ik was weer op controle – zei hij, Ik ben bezig voor Cure for Cancer. Wij zijn allemaal medische bobo’s. Maar we hebben commerciële mensen nodig. Zou jij bij ons om de tafel willen komen? Dus zo ben ik er bij gekomen. Bijna een jaar geleden was dat. En ik vind het ontzettend leuk.!’

Wat is het voordeel van Cure for Cancer in jouw beleving?
‘In mijn geval werkte de PSA test totaal niet. Terwijl het nu nog één van de belangrijkste tests is. Cure for Cancer gaat onderzoeken doen om betere, meer accurate onderzoektechnieken te ontwikkelen. Waardoor het mogelijk moet worden om alle mannen – voor het te laat is – te screenen. Want daar ben ik een groot voorstander van. Laat je nu in ieder geval gewoon 1 keer in de 2 jaar scannen. En doe daarbij ook die PSA. Ik bedoel, wat maakt het uit?

Wat zou jij als boodschap willen mee geven aan de mensen die tijdens het Gala in de zaal zitten?
‘We moeten onderzoek doen. Dat moet worden betaald. De overheid heeft het niet. Die heeft geen extra geld. Het zou fantastisch zijn als het bedrijfsleven een gedeelte zou willen bekostigen. Want dat kan! Dat kan als je een avond voor je personeel organiseert. Waarop iemand van Cure for Cancer komt vertellen over de onderzoeken die we willen doen. Dan heb je daar bijvoorbeeld honderd mannen en vrouwen zitten. Die hebben allemaal zitten te luisteren. Dan zou je kunnen voorstellen: OK, we gaan een jaar lang maandelijks 10 euro van je salaris inhouden. Voor dit onderzoek. Willen jullie daar aan mee doen? Al is het 5 euro… En na een jaar kijk je of je er mee verder wil gaan. Het zou een gigantische steun zijn.’